Rigoletto

I.Cotrubas - E.Obarztsova
P.Domingo - N.Chiaurov
K.Moll - e.a.
Wiener Philharmoniker
C.Giulini
DGG 2740225  3lp

Laat ik direct zeggen: een der meest bevredigende opnamen die ik van Rigoletto ken. Puntgaaf opgenomen, met precies de juiste theatersfeer, volledig, dus inclusief de cabaletta van de Hertog en alle kleine stukjes die er vroeger altijd uit gecoupeerd plachten te worden. Dan onder Giulini, waarvan naar verhouding nog altijd te weinig complete operas opgenomen zijn, en die ik momenteel toch wel als de grootste opera-dirigent van Italië beschouw. Plus dan de klank van de Wiener Philharmoniker en het Staatsoper-koor. De bezetting is ook bijna ideaal. Bovenal Cappuccilli, een der laatste in de glorieuse rij Italiaanse Verdi baritons, de waardige opvolger van een Galeffi, Ruffo, Danise, De Luca, Franci, Basiola. Domingo is als Hertog op zijn best. Ghiaurov is een sinistere Sparafucile, Kurt Moll een nobele en imposante Monterone. Obraztsova (die we in het voorjaar in Luik zelf kunnen horen) is een temperamentvolle Maddalena, die de hele laatste acte steelt. En Cotrubas is een zachte, gevoelige Gilda, alleen …… ik blijf in deze rol een echte soprano leggiero prefereren. Cotrubas is uitgesproken lyrisch, haar timbre te breed en vol voor de rol. Luciana Serra, vorig seizoen in Brussel was de ideale stem ervoor. Maar sinds Callas wordt Gilda vrijwel altijd te zwaar bezet. Wat dat betreft is Cotrubas tenminste meisjesachtiger van klank dan verschillende anderen en heel wat gaver en welluidender dan haar onmiddellijke plaatvoorgangster Beverly Sills, die dan wel het juiste stemtype voor de rol had, maar er ook twintig jaar te oud voor was geworden. De kleine rollen zijn Weense comprimarii. In het album zijn de namen voor de page en de hellebaardier verwisseld, wat met een inlegbriefje gecorrigeerd is.

Leo Riemens 1980

Bekijk Opera